Home Historie Angst voor de zee

Angst voor de zee

36

In 1722 diende een aantal inwoners van de dorpen  Gaast en Ferwoude een verzoekschrift in bij de dijkgraaf en verdere bestuursleden van het  waterschap Wonseradeels Zuider Zeedijken, daarin  werd verzocht om een verbetering van de zeedijk  bij Gaast. 

In de jaren 1719 – 1721 had het waterschap de  tussen Makkum en Kromme Horne gelegen  zeedijken laten verhogen. De indieners van het  verzoekschrift wilden ook het ten zuiden van  Kromme Horne gelegen dijkvak bij Gaast in betere  staat gebracht zien. 

Het verzoekschrift hielp. Wel moesten de inwoners  van Gaast en omliggende dorpen nog een paar jaar  geduld hebben, pas in 1725 werd het dijkgedeelte  bij Gaast verhoogd. Bovenstaande brief illustreert  de voortdurende angst waarin kustbewoners in  vroegere tijden leefden, achter hun vaak te lage en  slecht onderhouden dijken. Een angst die maar al  te reeel was, want dijkboorbraken waren bepaald  geen zeldzaamheid. Vooral de eerste eeuwen na  de aanleg van de dijken. Sommige bewoners en  kloosterlingen ondervonden zoveel schade en  overlast dat men zich weer terugtrok op een terp.  Op de terp voelde men zich veiliger dan op het  vlakke land achter de dijken. 

Meer over dit onderwerp is te vinden op hwwunseradiel.nl